Op de foto Jan van Hoeij in 1955 bij de uitgebouwde herenkamer; fotograaf onbekend.

Van herenkamer tot huis van de Heer.

Welgestelde stedelingen investeerden hun geld graag in bezit van land.

Daarop werd vaak een boerderij gebouwd die werd verpacht. Om ’s zomers de stad te kunnen ontvluchten werd er voor de eigenaar een speciale kamer aangebouwd met een eigen ingang, de zogenaamde herenkamer of jachtkamer. Soms had zo’n kamer de vorm van een koepel of theehuis. Ook kon deze los van de boerderij staan. In het westen van het land ontwikkelde zich uit zo’n boerderij met herenkamer vaak een buitenhuis.

In Noord-Brabant zien we die ontwikkeling tot buitenplaats niet, maar het gebruik van een herenkamer was wel bekend. In Geldrop staat een boerderij met jachtkamer genaamd ’t Goor, in 1869 gebouwd door textielfabrikant van den Heuvel. Ook Helmond kende dit verschijnsel. Op de Braak stond aan de Braakse Straat 2 de boerderij van de familie Prinzen, die ook een jachtkamer kende. Wanneer de kamer precies is ontstaan, is niet helemaal duidelijk.

In 1801 verkocht de gemeente Helmond grote stukken grond gelegen aan de weg naar Bakel. Behalve kasteelheer Carel Frederik Wesselman kocht ook Willem van Rijn uit Den Haag samen met Helmonder Francis van Glabbeek daar veel percelen grond. In 1832, als de kadastrale registratie wordt ingevoerd, is Willem van Rijn uit Rotterdam de eigenaar van een huis, stal met moestuin, boomgaard, akkerlanden en weilanden op de Braak. In 1831 probeerde hij de boerderij te verkopen, maar die bracht naar zijn zin niet genoeg op. De boederij moet dus gebouwd zijn tussen 1801 en 1831. In 1837 verkoopt hij het geheel aan Coenraad Nicolaas Heijmans, belastingontvanger te Helmond, die het weer verkoopt aan textielfabrikant Antonij Raijmakers. In 1867 erft diens dochter Hendrika Raijmakers, weduwe van Wijnandus Franciscus Prinzen deze boerderij die na een brand in 1870 werd herbouwd. De kadastrale legger vermeldt vanaf die tijd ook een tuinhuis. Mogelijk is hiermee de aangebouwde herenkamer bedoeld. Na het overlijden van Hendrika Raijmakers in 1889 komt de boerderij in bezit van haar zoon Willem Prinzen, een van de eigenaren van de firma Prinzen & Van Glabbeek, een bontweverij en margarinefabriek. Hij was lid van de Helmondse gemeenteraad, van Provinciale Staten van Noord-Brabant en van 1890 tot 1913 ook lid van de Eerste Kamer.

In 1903 werd de Braakse Hoeve verhuurd aan Marinus van Hoeij. Hij komt met vrouw Geerdien Ruijs en twaalf kinderen op 24 juni van dat jaar van Oss naar Helmond. Zoon Jan en dochter Bertha zullen het boerenbedrijf voortzetten. In 1958 komt de bekende chroniqueur Peter Vink op bezoek en schrijft daarover in de krant. Daarmee komen we iets meer te weten over de inrichting van die herenkamer. “Het verleden hangt nog roerloos in de oude tuinkamer. Een klein rond vertrek dat Willem Prinzen zo graag placht te bezoeken. Hier kwamen ook de broeders bij hun gastheer een glaasje bier drinken. De heren plukten fruit in de hof, wandelden rond het bedrijf en waanden zich enkele uren in de vrije natuur”. Aan de muur hing een vergeeld portret van Willem Prinzen en zijn tweede vrouw Christina Schillemans. Het vertrek was verder opgesierd met oude gravures over de jacht.

De vijfendertig meter lange boerderij aan de Braakse Bosdijk werd in 1949 aan de gemeente verkocht die het pand in 1962 te beschikking stelde van jeugdorganisatie “Con Brio”. Het gebouw werd verbouwd en verbeterd. In 1965 werd in een gedeelte de noodkerk van de Heilige Paulusparochie gevestigd. Een brand maakte op 2 oktober 1971 een definitief einde aan deze boerderij.

Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. 

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...
Ontdekken
Rob Grabert
Tekening uit 1887 van de ingestorte toren van Geldrop door J. Rijken
Het Stationsplein in Helmond in 1932
processie
images/hourglass.png

ZOEKEN...